K

logo art7D

naar de startpagina van art7d.be
naar de homepagina van geschiedenis van de moderne schilderkunst
naar de startpagina van virtueel museum
naar de kunst van J.F.
naar de pagina spellen
naar de startpagina van fotografie
naar de startpagina muziek
naar de startpagina muziek van J.F.
naar de startpagina blog
naar de pagina met de CV en de passe-partout van J.F.

Kunst van het schaakspel en varianten

 
naar traditioneel schaken naar wereldschaken naar ruitenschaak naar Schaakvarianten voor kinderen

1 Het officiële schaakspel: het Europese en Japanse schaakspel. De basisiregels.

Lees verder

2 Wereldschaken, regels, opstelling, afbeeldingen

Lees verder...

Schaken met andere stukken, een paar nieuwe spellen in première

Lees verder...

4 Schaakvarianten voor kinderen

Lees verder...

 

1 Het traditionele schaakspel & het Japanse

 

het Europese schaakspel

 

Standaard schaakspel

Eerst geven we de klassieke opstelling. We tonen hiernaast de standaardfiguren voor 2D op hun startplaatsen. De hiernaast afgebeelde figuren werden reeds veelvuldig gebruikt lang voor het computertijdperk in schaakstudies en schaakpuzzels. De regels in het kort:

  • winnaar is diegene die de koning van de tegenpartij mat zet (= schaak en geen uitweg meer)
  • wit is eerst aan zet
  • startopstelling als op illustratie
  • het slaan gebeurt door op de plaats van het stuk van de tegenspeler te staan en zijn stuk weg te nemen (uitzondering: donner en passant, zie verder)
  • zetten en slaan van de stukken: pion zet 1 vooruit, slaat 1 diagonaal / paard (zetten & slaan): haaks, nl. orthogonaal eerst 2, dan nog 1 haaks erop; het paard kan over de andere stukken springen / loper: alle velden diagonaal / toren: alle velden orthogonaal / dame: loper + toren / koning: een stap in elke richting
  • bijzondere zetten:
    • vanop de startlijn mag de pion 2 vakken naar voor zetten
    • donner en passant: als je bij de zojuist beschreven zet net naast een pion van de tegenstander komt te staan, kan de tegenstander die pion slaan, hij slaat diagonaal en komt dan voorbij de geslagen pion te staan (kan niet uitgesteld worden)
    • rokeren: toren & koning ruilen plaats. Voorwaarde: velden ertussen moeten leeg zijn en koning wordt niet bedreigd; er mag ook geen veld bedreigd zijn waar de koning overheen moet en de stukken werden voordien nog niet verzet. Plaats: koning en toren komen omgekeerd naast elkaar op de tussenvelden, bij lange rokade een veld meer naar het midden van de rij toe
  • een pion die de laatste rij bereikt, krijgt promotie en verandert in een stuk naar keuze. Als er nog een dame in het spel is, kan dat een 2de dame worden (daartoe zet men bijvoorbeeld een toren op zijn kop)
 

Het Japanse Schaakspel, Shogi

 

Het historische Japanse schaakspel bestaat in diverse vormen. Dit is het meest courante. Shogi is een boeiend spel, doordat de geslagen stukken eigendom worden van de veroveraar. Daarom hebben alle stukken hier dezelfde kleur, en de vorm van een pijl. De richting van de pijl toont wie de eigenaar is van het stuk, niet de kleur. De pijl wijst altijd naar de tegenspeler.

Toch hebben verschillende stukken een andere kleur aan de onderzijde, dat is hun promotiewaarde. Bij het promoveren (het bereiken van de laatste drie rijen) wordt het stuk omgedraaid. Toren en loper kunnen dan bijvoorbeeld ook één stap zetten in de overige richtingen, zilveren generaals worden gouden...

Dit is een voorbeeld van een zelfgemaakt Japans schaakspel. Wie niet vlot Japanse karakters kan lezen, kan niet overweg met de traditionele stukken. Daarom werden de karakters hier vervangen door eenvoudige tekens. Drie streepjes staat voor gouden generaal, zilver heeft twee streepjes. De Y is het "verticale paard", de streep is de speer.

Pionnen zetten en slaan 1 veld recht vooruit, er is geen dubbelzet. De speer zet en slaat in de richting van de pijlpunt. Het paard kan enkel vooruit springen (naar max 2 velden dus). Voorts is er een loper en een toren.

© Johan Framhout oktober 2014

  Shogi
 

Zetten van zilver en goud. Goud herken je hier aan meer sterren, op de houten stukken drie strepen ipv 2. Sommigen gebruiken zon en maan respectievelijk als symbolen voor goud en zilver.

Bij promotie (op de drie laatste rijen) wordt het stuk omgedraaid (rode kleur). Promotie mag uitgesteld worden (bij zilver, paard of speer kan dat even nuttig zijn). Loper en toren kunnen dan één veld zetten en slaan in de overige richtingen. Zilver, paard, speer en pion worden goud.

Geslagen stukken kunnen door de veroveraar worden ingezet op elk leeg veld van het bord, dit is een beurt. Uitgezonderd: niet als het niet kan bewegen, een pion kan niet in een kolom waar reeds een pion staat en kan bij het parachuteren de andere koning niet schaak zetten (kan wel in de daaropvoldende zet). Indien een stuk wordt geparachuteerd op de laatste drie rijen, is dat niet gepromoveerd. Promoveren gebeurt altijd bij het overschrijden van de grens (tussen de eerste zes rijen en de laatste drie).

 

 
wit schaakstuk "zilver"   wit schaakstuk "goud"
 
Wat is er nieuw in art7D.be? Volg de blog!