K

logo art7D

naar de startpagina van art7d.be
naar de homepagina van geschiedenis van de moderne schilderkunst
naar de startpagina van virtueel museum
naar de kunst van J.F.
naar de pagina spellen
naar de startpagina van fotografie
naar de startpagina muziek
naar de startpagina muziek van J.F.
naar de startpagina blog
naar de pagina met de CV en de passe-partout van J.F.

Kunst van het schaakspel & varianten

 
naar traditioneel schaken naar wereldschaken naar ruitenschaak to children games for learning chess

1 Het officiële schaakspel: het Europese en Japanse schaakspel. De basisiregels.

Lees verder...

2 Wereldschaken, regels, opstelling, afbeeldingen

Lees verder...

Schaken met andere stukken, een paar nieuwe spellen in première

Lees verder...

4 Schaakvarianten voor kinderen

Lees verder

 

4 Schaakvarianten voor kinderen

 

police and thief  

Dief en politie (zelf uitgevonden)

Het spel wordt gespeeld op een schaakbord met twee schijven: één is de dief, de andere de politie (wit en zwart). De dief plaatst zijn schijf naar keuze, daarna de politie. De politie heeft naast het bord alle schaakstukken van één kleur, en de pionnen van beide kleuren. De dief noteert vervolgens op een verborgen papier welke zet hij doet, dat is altijd één stap in om het even welke richting. De politie gokt en doet een zet die overeenkomt met de capaciteit van één van zijn stukken, en geeft dat gebruikte stuk aan de dief. Dan toont de dief waar hij staat. Als hij nu niet is geslagen, doet hij een volgende stap. Als de politie alle stukken heeft opgebruikt en de dief is nog steeds niet geslagen, dan is de dief de winnaar.

Voorbeeld rechts: de dief wil geen groot risico nemen, en vlucht naar het veld rechts, waar hij enkel te verslaan is door de politie met een paardesprong. Vervolgens gokt de politie: de dief zal wellicht een paardesprong van mij af zijn. Hij springt naar e6 en geeft een van zijn twee paarden aan de dief. Maar hij landde niet op het juiste veld. Dus doet de dief zijn volgende stap en schuift naar f4 in de veronderstelling dat de politie het niet zal riskeren zijn tweede en laatste paard af te geven. Enzovoorts...

© Johan Framhout oktober 2014

Nodig om dit te spelen: schaakspel, 2 damschijfjes

 

Een tegen allen

Wit heeft en volledige set op de gewone startplaats. Zwart bestaat uit slechts één stuk: de koning, die de capaciteit heeft van alle stukken. Hij kan dus zetten of slaan als een dame of paard. Als zwart goed speelt is hij niet te verslaan. Voor een beginnend speler is dit dus een test: hoe lang kan je onverslagen blijven.

Nodig om dit te spelen: schaakspel

Blind schaken

De schaakstukken zijn vervangen door schijven met getallen van 1 tot 16 (zie illustratie hiernaast). Beide partijen noteren op een blad papier welk nummer welk schaakstuk voorstelt, verborgen voor de ander, tot elk een volledig set heeft. Alle schijven bevinden zich op de eerste twee rijen voor de start (uiteraard in een volgorde naar keuze). Beide partijen mogen ook noteren welk stuk een schijf van de tegenstrever (mogelijk) voorstelt. Gaat de tegenspeler bijvoorbeeld met een schijf vanaf de tweede rij twee stappen vooruit, dan kan het een pion zijn, een dame of een toren. Zet dezelfde schijf op een ander moment in het spel één stap diagonaal (zonder te slaan), dan kan dat stuk enkel nog de dame zijn. Als een stuk wordt geslagen, wordt de ware identiteit van het geslagen stuk onthuld. Wie de koning slaat, is gewonnen.

Nodig om dit te spelen: schaakbord, zelfgemaakte schijfjes met nummers, papier en iets om te schrijven

  Blind chess
 

Schijfschaken

Zwart legt voor het begin van het spel een schijf op een van de vier centrale velden. Er wordt gespeeld als bij traditioneel schaken, maar een stuk kan enkel zijn zet doen of slaan, als de schijf bij het uitvoeren van een identieke zet (tegelijkertijd) op een leeg veld terecht komt op het bord. (Wat ook de enige functie is van die schijf.)

In het eindspel hiernaast afgebeeld, is wit aan zet. Hij kan de zwarte koning niet slaan omdat de schijf geen stap vooruit kan. De schijf is hier als een yingyang-symbool voorgesteld omdat de schijf tot beide kleuren behoort. De zwarte koning staat zelfs niet schaak. Het zeggen van "schaak" heeft in dit spel weinig zin.

Wit kan wel met zijn koning één veld achteruit, maar als hij ervoor kiest zijn dame op f2 te brengen, dan komt de schijf op f8 te staan. Zwart is vervolgens aan de beurt doch kan eveneens de witte koning niet slaan.

Dit is een moelijke variant voor diegenen die al goed vertrouwd zijn met het traditionele schaken.

© Johan Framhout oktober 2014

Nodig om dit te spelen: schaakspel, één damschijf of zelfgemaakte schijf

  disc chess

 

dice chess  

Dobbelschaken

Het grote probleem met schaken voor kinderen als een geoefende volwassenen het spel wil aanleren, is de ongelijkheid die het kind geen kans geeft. Dat is een van de voornaamste redens waarom het schaakspel niet zo populair is. Toch zijn er oplossingen voor. Een van die oplossingen is een toevalsfactor aan te brengen. Hier is dat een dobbelsteen.

Regels:

Als gewoon schaken

Voor elke zet moet de speler een dobbelsteen gooien. Dit bepaalt welk stuk hij mag zetten.

1 = pion
2 = paard
3 = loper
4 = toren
5 = dame
6 = koning of zet naar keuze

De zet met het getal is verplicht. Is geen zet mogelijk, gooit de speler de steen opnieuw, tot een geschikt getal bekomen is. Rokeren is mogelijk met 4 of 6.

Dit spel is ook geschikt voor solitaire. Je speelt beide kleuren, door de dobbelsteen krijgt elke kleur een eigen strategie.

 

De toekenning van het getal komt overeen met de ruilwaarde van de stukken. (Twee lopers worden belangrijker geacht dan twee paarden, daarom komt eerst het paard, daarna de loper. Dit heeft geen belang voor het spel, het is enkel een geheugensteuntje.)

Variant 1: er wordt telkens slechts eenmaal gegooid, als geen zet mogelijk is met het gegooide getal, mag men zelf kiezen met welk stuk men zet. Bij deze variant is de toevalsfactor in het begin en in het eindspel beduidend minder.

Variant 2: dit is een variant gevonden op wikipedia, met twee dobbelstenen. De speler kiest welk van de twee gegooide getallen hij gebruikt. Bij een dubbelgooi (2 zelfde getallen) mag hij een stuk naar keuze verplaatsen. Als er geen passend getal is, verliest de speler zijn beurt. Rokeren gebeurt met een 4 of dubbelgooi. En passant blijft bestaan. Als iemand schaak staat, moet hij het geschikte getal gebruiken, als dat verschijnt. De koning kan hier ook geslagen word

 
Wat is er nieuw in art7D.be? Volg de blog!