banner van art7D
naar de startpagina van art7d.be
naar de homepagina van geschiedenis van de moderne schilderkunst
naar de startpagina van virtueel museum
naar de kunst van J.F.
naar de pagina spellen
naar de startpagina van fotografie
naar de startpagina muziek
naar de pagina literatuur van J.F.
naar de startpagina blog
naar de pagina met de CV en de passe-partout van J.F.

Startpagina Art7D.be, Kunstsite

Historisch Schilderij van de week

Wekelijks presenteren we een buitengewoon werk in het kader van de "Geschiedenis van de moderne Schilderkunst". Dit is een schilderij van Edward William Cocks

Art7D.be-Geschiedenis van de moderne schilderkunst, schilderij van de week

Bekijk dit werk groter op "Geschiedenis van de moderne Schilderkunst: Schilderij van de Week" Elke week komt hier een schilderij bij dat relevant is voor "Over-Stromingen".

"Over-Stromingen" is een beknopte geschiedenis van de moderne schilderkunst vanaf ongeveer 1800 tot 1950. De verschillende schilders worden per decennium met elkaar vergeleken. Alle belangrijke stromingen komen aan bod. Op die manier wordt aangetoond dat de enige evolutie in de schilderkunst er een is waarin de schilder gewoon zichzelf wil zijn, in zijn eigen stijl wil werken. Met meer dan 1000 illustraties in groot formaat. Deze illustraties worden nog verder aangevuld door de vele werken van "Schilderij van de week". Ga daartoe naar het archief onderaan en klik op de thumbnails.

 

Hedendaags Schilderij van de week

Wekelijks presenteren we een buitengewoon werk uit Virtueel Museum. Voor deze week kozen we uit pagina 113, werk van Rie Kono

Hedendaags Schilderij van de week


Bekijk dit werk groter op Virtueel Museum pagina 113

"Virtueel Museum" is een verzameling wonderlijke hedendaagse kunst die ons gevoel aanspreekt, figuratief of abstract, en toch origineel. Het is ahw een aanvullend museum, die de andere kunst toont, niet meer te vinden in de Westeuropese musea voor hedendaagse kunst.

 

Schilderij van de week van JF

Schilderij van de week van Johan Framhout (link)

Nieuwe werken worden getoond op de blogpagina

 

Foto van de week

Uit de pagina's met foto's van Johan Framhout, Gerda Abts en Jens Van Den Bergh. Dit is Capadocië. (link)

art7d.be, Foto van de week

Fotografie toont de beste foto's van Johan Framhout, Gerda Abts en Jens Van Den Bergh, getrokken in diverse landen, chronologisch op de beginpagina van fotografie. Onderaan bevindt zich de link naar de foto's van België, evenals foto's van "Kunst in België". Nieuw toegevoegde foto's worden op de blogpagina getoond.

 

Artikels

Over kleuren

Kleurmengen met olieverf of acryl

Vier vaak gestelde vragen voor kunstschilders:

Hoe duurzaam dient een schilderij te zijn?

Welke verf kiezen we?

Olieverf, een onoverkomelijk geurprobleem?

To hue or not to hue?

 

Over kleuren

Eerst bekijken we deze ring. Welke naam zou je de kleuren A, B, C en D geven? Zelf zouden we kiezen voor A: warm groen of okergroen, B donker oker of lichtbruin, C roodbruin en D blauwgroen alias turquoise.

Deze kleuren zijn fysisch gezien echter donkergeel (A), donker oranje (B) en donkerrood (C). D is inderdaad blauwgroen maar op onze eigen versie van de kleurcirkel hieronder lijkt het wel lichtblauw! 11 is lichtlauw en ziet er al wat purper uit.

Primaire kleuren zijn 1, 3 en 5. We plaatsten geel bovenaan omdat je van links naar rechts van de koude kleuren in de warme komt. Uiteraard zou alle kleuren moeten verlopen, de indeling in een raam met vlakken dient om een beter inzicht in de kleuren te krijgen. Om 'alle' kleuren te omvatten is een bol vereist, de kleuren 1, 2 en 3 en alle tussenschakeringen bijvoorbeeld in één horizontaal vlak, wit en zwart als de noord- en zuidpool, neutraalgrijs is dan het perfecte midden van de bol. Om praktische reden kozen we alles in één vlak te zetten want een computerscherm is doorgaans nog steeds tweedimensioneel. De buitenste kring toont de kleuren van de hoofdkring vermengd met grijs.

Ons brein ervaart kleuren niet op een objectieve wijze. De hier gekozen drie primaire kleuren 1, 3 en 5 zijn de felste kleuren van de computer en worden de RGB-kleuren genoemd (ook het groen en het violet zijn RGB-kleuren). Het blauw (5) geeft een vrij donkere indruk. In de verven wordt dit middenblauw genoemd. Hoewel de kleur links het midden is tussen middenblauw (5) en felgroen(6) komt die als lichtblauw over. De 3 basiskleuren vormen fysisch gezien alle andere kleuren, inkluis wit en zwart. Bij licht is wit het totaal van de drie basiskleuren, zwart het onbreken van alle kleur. Bij licht zijn de drie basiskleuren echter groen, rood en blauw. Indien je deze kleurcirkel uitprint, wordt alles geprint met drie kleuren: geel (1), violet (4) en blauw (5). De kleurstof van het violet is magenta, uw printer vormt rood (3) door het magenta te mengen met geel. Bij goede printers is er vaak een extra zwart pigment, omdat het mengen van de drie hoofdkleuren tot zwart niet helemaal perfect is. Als je de modus overzet van RGB naar CMYK, zal je printer ook het zwarte pigment gebruiken. Wit is er al helemaal niet, je ziet de kleur van je papier en dat wit is uiteraard niet uitgesproken. Bij verven is er dan ook witte kleur die het wit van het papier of van het gesso (op het canvas) overstijgt. Hier op je scherm is er evenmin wit in 25, dat is lichtgrijs. Indien het scherm wit zou tonen, zou het licht van je scherm recht in je ogen schijnen. De kleurtoon verschilt enigszins tussen computers, het hangt af van de lichtbron in je scherm en je instelling van de helderheid.

Kunstenaarsverf kan zeer intense kleuren tonen die je niet kan bekomen op het scherm, ook ervaar je dat niet altijd zo. Kleuren op scherm geven bij vermenging wel het verwachte resultaat. Verfstoffen geven bij vermenging niet altijd het theoretische resultaat. Als je intens blauw vermengt met fel rood bekom je toch geen stralend violet. Daarvoor kies je beter een diep violet pigment.

Op deze kleurcirkel is kleur 13 duidelijk donkergeel. Dat komt omdat de felle kleuren er net naast staan. De A in de afbeelding bovenaan is identiek aan 13. Op de illustratie ervaren we B als bruin, hoewel het identiek is aan 14. In tegenstelling tot oranje, rood, bruin en violet hebben de lichte of donkere toon van blauw en groen geen aparte naam, we noemen ze lichtblauw en donkerblauw, lichtgroen of donkergroen. Rood met wit noemen we echter rose, lichtviolet heet lila. De term lichtrood duidt meer op oranjerood in de cirkel, niet op rose en in de verf is donkergeel de naam voor het meest gele oranje. Als je RGB-blauw licht maakt, neigt de kleur meer naar purper, groenblauw is beter te herkennen in de donkere variant (tussen 17 en 18) dan in de hoofdcirkel.

Namen als indigo, karmijn, vermiljoen, purper, ultramarijn, zijn geen kleurennamen, maar kleurstofnamen. Zij worden tegenwoordig ook als kleurennaam gebruikt, en duiden op een welbepaalde toon: indigo is zeer donker blauw, vermiljoen gaat ietwat naar oranje, karmijn naar violet. Purper is dat blauwe violet van de purperslak en ultramarijn is lapis lazuli-kleur.

Voor de constructie van de kleurcirkel kozen we tinten zoals aangegeven in Photoshop.

De aangeduide kleur rechtsboven is RGB-geel. Het midden van de rechterzijde is de kleur A of 13. De respectievelijke kleur in de buitenste, onscherpe ring is het preciese midden van het vierkantje. De binnencirkel toont een toon aan de bovenrand op één derde van de witte hoek.

Een vierkant is niet de meest correcte voorstelling (maar wel heel praktisch), sommige pixels herhalen zich, de beide onderste hoekjes bijvoorbeeld hebben een identieke zwarte kleur. Een correcte vorm is een taartstuk, hier met het felle geel als middelpunt van de cirkel. Painter gebruikt een driehoek, een juistere voorstelling.

Kleurkiezen in het programma Corel Painter

Elk merk van kunstenaarsverf presenteert zijn kleurenkaart op internet. Deze kleuren kunnen wij echter niet zien, omdat zij getranformeerd zijn in de drie basiskleuren. Ook de gedrukte kleurenkaarten zijn niet goed, ofschoon sommige merken die kaart met zeven basiskleuren laten drukken. Om de werkelijke kleur te zien moet je in de winkel op de kaart kijken, met de werkelijke verf op strookjes schilderdoek.

Artist's paint can have very intensive colours not to be seen on an electronic screen, although it doesn't seem that way. If you mix colours on the screen it will give an expected and logical result. Yellow and blue will give green, yellow and red will give orange... Mixing pigments however will not always give a predictable result. For example mixing a vivid blue with a vivid red does not end in a vivid violet. For that purpose one should take a vivid violet pigment.

Alle verffabrieken kiezen zelf een naam voor hun kleuren, die gebruikte naam is bijgevolg soms heel misleidend. Elk merk kunstenaarsverf dat zichzelf ernstig neemt evenals de schilders die het gebruiken, geeft het nummer op van het gebruikte pigment. Die nummers kunnen nagegaan worden op de site van kleurstoffennummers, de kleurenindex van artiscreation.com. Je kan op elk pigment klikken om de samenstelling of fabricage te zien en de ASTM-lichtechtheid.

Welke pigmenten zijn betrouwbaarder? Jaren geleden kon je stellen dat de anorganische eeuwen meegingen, terwijl de organische vluchtiger zijn. Daarom werden organische kleuren veel minder gebruikt door de beste schilders. Veel heiligen op oude fresco's hebben nu olijfgroene gezichten omdat de roze tinten verdwenen zijn en de onderschildering met groene klei gebleven. Toch gaat het Zuidamerikaanse mayablauw, gemaakt van indigo en een soort klei, al 6000 jaar mee! Indigo werd bekomen uit planten tot 1870. Karmijn, afkomstig van het vrouwelijk insect Coccus cacti, is in goede staat gebleven sinds de gotiek, soms ietwat bruin geworden. Alizarine crimson was een plantenaftreksel en blijkt niet zo bestendig. Tegenwoordig is Alizarine crimson namaak door middel van een derde branche pigmenten, de petrochemische groep. Het wordt officieel bij organisch ingedeeld, in feite is het eerder 'organisch, verwerkt tot anorganisch'. Hun lichtechtheid variëert, vaak cat. I, het hoogste, maar soms ook II of erger. Anorganische pigmenten waren oorspronkelijk ontgonnen, later werden pigmenten ook chemisch gemaakt, zoals viridian (chroomgroen), ijzeroxides, Pruisisch blauw, nog later ook de cadmium- en kobaltkleuren. Het was niet altijd een verbetering wanneer bekende merken hun cadmium- en kobaltkleurstoffen vervingen door petrochemische. Vaak hebben zij nog steeds hun oude benaming, maar bij controle van de kleurstoffennummers blijkt dat hun samenstelling veranderd is.

Enige voorbeelden. In Mussini-olieverf zijn cadmiumgeel en -rood nog steeds cadmium, kobaltviolet en -blauw zijn nog steeds kobalt. Cadmiumgroen licht en donker zijn van de lijst verdwenen, het was een mengsel van cadmiumgeel met chroomgroen (of phtalogroen, de petrochemische kleur). Hun caeruleumblauw of hemelsblauw is nog steeds kobalttinoxide, het meest betrouwbare blauw. Het mangaancaeruleumblauw is echter veranderd in zink-phtalocyanineblauw. Kobaltgroen is een onvervangbaar pigment en staat bij de beste merken nog steeds op de kaart.

Pruissischblauw is tegenwoordig vaak een petrochemische vervanging, evenals het Napelsgeel. Het oorspronkelijke Napelsgeel was loodantimoon. Algemeen is geweten dat lood-, cadmium- en kobaltkleuren toxisch zijn, wat inhoudt dat je ze niet mag opeten. Evenmin aanbevolen om met de vingers bij te werken, niet eten of drinken tijdens het schilderen. Maar in kunstenaarsverf zijn ze onmisbaar. Kobalts en cadmiums zijn altijd cat. I lichtechtheid, zeer dekkend en als onderlaag staan zij op de tweede plaats na mineralen en lood. Petrochemische pigmenten zijn cat I, II of III en geheel of gedeeltelijk transparant. Een mooi rood kan bekomen worden door een glasislaag van quinacidronerood, cat . I, op een onderlaag van bruin ijzeroxide, maar die kleur is niet hetzelfde perfecte rood van cadmium (alizarine-crimson-imitatie is een arylamide, dat is cat. II). Lood, kobalt en cadmium zijn in beperkte concentratie natuurlijke stoffen, de petrochemische kleuren zijn milieuvervuilend.

Het merk Rublev verkoopt nog steeds vele antieke pigmenten, toch heeft synthetisch ijzeroxide dezelfde lichtechtheid als het gedolven mineraal. Bovendien zijn petrochemische kleuren niet enkel een vervanging maar vormen ook nieuwe kleuren zoals phtaloblauw en phtalogroen, onvervangbaar en van cat. I. Cadmiumrood is een perfect en zeer betrouwbaar rood in diverse tonen, dekkend. We bekijken even de halfdekkende en transparante petrochemische roden van Williamsburgoil. Pyrrole-oranje is cat. I, een uitstekend vermiljoen, beroemde geworden als kleur van de Ferrari-sportwagens. Pyrrole-rood is cat. I in acryl, niet getest in oil en aq.. Hun 'Permanent crimson' is een anthraquinone, cat I in olie doch III in aq.. Quinacidrone-rood is cat I in olie bij de beste merken, cat. III in aq., briljant rood in een dunne laag, violet indien dikker. Naphtol-roden zijn nooit boven cat II.

Titaniumwit en zinkwit, twee milieuvervuilers, worden tegenwoordig algemeen gebruikt en hebben een uitstekende lichtechtheid. Titaniumwit is vrij betrouwbaar, maar heeft zijn grenzen, alsook een langere droogtijd. Als besislaag is loodwit veel beter. Ook voor kleurmengen is loodwit veel beter omdat de sterkte en hoge dekking van titaniumwit domineert. Merken als Rublev, Williamsburg en Oldholland verkopen nog steeds loodwit, een loodcarbonaat. Loodsulfaat is ooit heel populair geweest onder de naam 'niet-toxisch wit', het kon ook een mengsel zijn van loodsulfaat met andere pigmenten. Rublev biedt diverse vormen van loodwit aan. Loodcarbonaat is dekkend maar beduidend minder dan titaniumwit. 'Vlaams wit' is een warmer wit en nog iets minder dekkend. Rublev vekoopt ook vier soorten halfdekkend loodwit, venetiaans, ceruse, kristalwit en mika-loodwit. Venetiaans wit is half loodcarbonaat, half bariumsulfaat. Als titaniumwit zijn limieten heeft, is zinkwit een totale ramp. Zinkwit wordt met de jaren glazig en valt in scherven van het doek af. Als olieverf over acryl geschilderd wordt, of acryl-gesso, zou zinkwit nooit gebruikt mogen worden, noch enige kleur die zinkoxide bevat.

Beperkte afbeelding van de kleurenkaart van de Winsor&Newton wateroplosbare olieverf. Het aantal kleuren is beperkt, maar deze verf maakt het overbodig om terpentijn te gebruiken. De cadmium- en kobaltkleuren zijn aanwezig, steeds gevolgd door een 'hue', dat simpelweg de petrochemische vervanging betekent. Kobaltgroen ontbreekt. Hun 'cadmium red hue' is een mengsel van naphtol scharlaken, cat I in olie en II in aq., en naptol-rood, cat II in beide. De totale kleur is dus cat II. 'Mixed white' is een even grote ramp als zuiver zinkwit.

 

Kleurmengen met olieverf en acryl

Algemeen principe voor kleurmengen in olie & acryl. Uiteraard kunnen deze pigmenten hier enkel worden gezien in benaderende RGB-kleuren.

mixturing oil colours

Bij olieverf en acryl loopt het kleurmengen niet zoals op de kleurcirkel. Toch kan je de primaire kleuren mengen om tot de secondaire te komen, maar het resultaat is niet zo zuiver. Het beste resultaat bekom je door van elke primaire kleur twee tinten te voorzien. Geel, rood en blauw, de primaire kleuren, zijn hier afbebeeld met twee polen: een citroengeel naast midden cadmiumgeel, rood met oranje tint naast rood met blauwe tint, en blauw dat ietwat groenig is of ietwat rood. Groen, oranje en purper zijn de secundaire kleuren. We nemen groen als voorbeeld. Nummer één is het perfecte, stralend groene pigment. Nummer twee is een mengsel dat je zelf maakt met de aanpalende kleuren in hun geschikte tint. Als je de andere polen neemt (3) dan bekom je een 'vuil' groen, meer grijsbruin.

Mengen kan je op diverse manieren. Je kan laag op laag werken, waarbij de bovenlaag een transparant glacis is of een kleur dat met een hardere borstel is uitgewreven. Bij het pointillisme werd de kleur bekomen door diverse kleuren in stippen naast elkaar te plaatsen. Severini gebruikte diverse gekleurde lijntjes naast elkaar. Er is ook nat-in-nat, maar hier bekijken we mengen voordat het als verf wordt gebruikt, het creëren van een andere kleur.

Bij elk merk is een bepaalde kleur ietwat anders. Bovendien zijn hun mengsels persoonlijk, evenals hun benamingen. Daarom is het beter een algemeen schema te tonen waarmee men diverse nieuwe kleuren kan uitproberen.

Kleurmengen, varianten van rood

Hoofdzaak is hier de linkerkant, de groep met roodbruinen. Gemengd met wit geeft dit verschillende roses. Dat kan worden aangevuld met alle kleuren errond, tot zwart of zelfs ietwat hemelsblauw. Donkerder kleuren zijn zonder wit, bijvoorbeeld een bronsrood.

Het cadmiumprobeem

Rechts een viertal voorbeelden met pure roden. Vraag is dan welk rood je best gebruikt. Oranje tot dieprood kan in cadmium, maar het probleem is dat cadmium in mengsels lichtechtheid verliest, in combinatie met lood, koper, chroom, zwavel en arsenicum. Sommige bronnen voegen daar zelfs ijzeroxide aan toe. Laag boven laag schilderen is voor cadmium geen probleem. De petrochemische roden zijn transparanter, en cat II, enkel quinacidronerood is cat I. Een zeer intens rood bekom je door quinacidronerood als glacis op bruinrood.

Kleurmengen, grijze tinten

Zwart met wit mengen en een kleurentoets toevoegen is uiteraard het eenvoudigste, maar de twee kaders geven beter resultaat. Het gaat telkens om een blauw en een bruinrood aardekleur. Al naargelang de verhouding is het warmer (bruiner) of kouder (blauwiger). Binnen een kolom moet je interpreteren als 'of'. Lampzwart is met wit ietwat bruinig, beenderzwart blauwig. Grijs in wolken is best met een lila tint: indischrood met ultramarijn, pruissich of indigo, en met gele oker.

Kleurmengen, groenen

Ook hier geldt in elke kolom 'of'. Een gelig groen maak je met zwart en geel. Als je meer naar oranje gaat, bekom je een bruiniger variant. Gelig groen bekom je uiteraard ook door groen met geel. Andere tinten geel geven olijfgroen en weer andere bruingroen. Voor blauwiger groen meng je een groen met een blauw. Je kan uiteraard kobaltblauw ook met geel mengen, maar de combinaties hier geven betere resultaten. Het geheel kan nog met wit vermengd.

De felste groenen zijn licht en donker cadmiumgroen, en gelig of blauwig phtalogroen. Cadmiumgroen is niet gemakkelijk te krijgen. Gebruik cadmiumgroen bij voorkeur puur of met een transparantere tint in een laag erop. Cadmiumgroen niet mengen met phtalogroen, smaragdgroen, sapgroen of groen goud want die bevatten koper, en chroom is ook in kobalgroen. Kobaltgroen dan weer niet mengen met organische kleuren zoals de petrochemische (inbegrepen hue's zoals het huidige indigo) of beenderzwart. Ook lichte cadmiumkleuren (gelen en groenen) niet mengen met ijzeroxides. Kan wel: titaniumwit, cobaltblauw, ceruleum, lampzwart, evenals ombers, rauwe sienna en ultramarijn die op geen enkele andere kleur reageren.

Bruin mengen

Als gekochte bruinen nemen we de ombers, rauwe en gebrande sienna, en buirnrood ijzeroxide. Vandijckbruin en sepia zijn niet perfect na te bootsen, maar zij zijn niet cat I lichtechtheid. Enige voorbeelden:

amber bruin = 6 gebr omber x 4 chroomgroen x 3 gebrande sienna
koperbruin = wit + zwart + oker + sienna
houtbruin = 3 indisch x 2 zwart x 1 gele oker (of meer oker en minder zwart)
terracotta = indisch x wit x rood
olijfbruin = gebrande omber x citroengeel
purperbruin = indisch x ultramarijn tot purper x lampzwart
vandyckebruin benaderen = omber x toets rood
andere bruine tint = quinacidronerood x gebrande sienna x middengeel

Welk geel leent zich het best als middengeel? Midden cadmiumgeel met erover een deklaag van dat rood met sienna. Als je echt wil mengen het oorspronkelijke lood bevattende napelsgeel (Rublev). Chroomgeel is niet hoogste lichtechtheid, evenals arylide en andere petrochemische gelen. Vanadiumgeel is wat groenig. Nikkeltitaniumgeel is een excellent lichtgeel. Indischgeel bestaat niet meer, de naam wordt gebruikt voor vervangingen, erg verschillend van merk tot merk. Vaak zijn ze petrochemisch, bij Mussini is het een nikkeldioxine-complex, cat I in olieverf.

Er bestaan ook bruinen nog meer geschikt voor glazuur, eveneens verschillend naargelang het merk. Bij Mussini is Lasur-Orange een diketo-pyrrolo-pyrrol, dus cat II in olieverf. Hun Lasur-Oxide-Rot is cat I vermits een ijzeroxide, en hun Lasur-Gelb is een nikkel-azo-complex, een cat I vervanging voor gamboge.

Johan Framhout, november 2018

 

Vier vaak gestelde vragen voor kunstschilders

Hoe duurzaam dient een schilderij te zijn?

Hoe lang wil je dat je werk meegaat? Hoe goed dient het zijn uitzicht te bewaren? Ondanks de weggooimaatschappij waarin we leven? De kostprijs van je werk biedt geen garantie op overleven, op lange termijn kan een erkende naam vergeten worden. Hoeveel generaties dient je werk te overleven? Volgen er nog veel generaties voor de mens zichzelf vernietigt? Zoniet, bekommeren die generaties zich dan nog om iets als een schilderij? Zullen er nog muren zijn om er te hangen? Of lanceert de toekomstige mens kwantumcomputers die zelf en masse de mooiste schilderijen kunnen creeëren?

Langs de andere kant is het een bittere ervaring als je iets hebt geschilderd waaraan je gehecht raakt, en je enkel kan toezien hoe het verkleurt of aftakelt. Een mogelijk compromis is dat een schilderij een leven dient mee te gaan. Ben je nog jong, of je verkoopt of schenkt het aan iemand jong, hun leven dient de levensduur van een werk te zijn.

Daarvoor zijn er er heel wat vereisten waaraan niet vaak wordt voldaan. Vooreerst de ondergrond. Doeken uit de Vlaamse renaissance overleefden niet, wel diegene geschilderd op houten panelen met gelijmde blokjes op de achterzijde. Eerst werd tot zeven lagen loodwit aangebracht. Tegenwoordig is de duurzaamste methode doek plakken op harde houtvezelsoorten, of schilderen op aluminium of koper. In het kader van ons compromis zal een opgespannen katoenen of linnen doek van vereiste kwaliteit het prima doen. Eerst wordt op de stof een lijmlaag aangebracht, die beschermt tegen atmosferische aantasting, gevolgd door lagen gesso. Acrylgesso blijkt prima te zijn, zelfs beter dan het vroegere olieverf-geprepareerd doek. Acryl is elastischer dan olieverf en je werk is optimaal als ondergrond en verflaag meer gelijk zijn. Dus méér dan één laag gesso is beter. Ook de ondergrond met acryl beschilderen, en daarover de olieverf. Op één voorwaarde, zinkwit mag niet worden gebruikt (behalve in de toplaag). Bij olieverf boven acryl is zinkwit nog nefaster dan in puur olieverf, ook in mengsels met een klein percentage.

Welke verf kiezen we?

Voor ons duurzaamheidcompromis kiezen we enkel kunstenaarsverf, een merk dat een kleurenkaart toont met de aanwezige kleurstoffen, zodat we de nummers kunnen opzoeken op de lijst van artiscreation. We kiezen kleuren met ASTM lichtechtheid categorie I.

Sommige tubes hebben uitstekende pigmenten, maar met plaatselijke ophopingen van de olie. Net dit euvel toont ons de meest duurzame verf. Het kan enkel worden voorkomen door toevoegingen van bindmiddelen die de duurzaamheid verminderen. Dus aanprijzingen in de aard van 'zeer goed smeerbaar' of 'boterig' zijn een tegenindicatie.

Er zijn oplossingen voor het probleem. Je kan de overbodige olie opdeppen met papier, en als het einde van de tube te droog is, voeg je een paar druppels lijnolie toe. Of je kan een palet met lichte glooiingen gebruiken, dergelijke onverwachte olie uit de tube kan met alle andere kleuren op het palet worden gemengd. Vervolgens de tube rechtopstaand bewaren, de dop naar beneden, waardoor de olie (langzaam) naar boven stijgt.

Academische verf gebruiken is geen optie. Die bevat minder pigment, of minder duurzame pigmenten, en veel vulmiddelen. Als je daarna naar goede verf overschakelt, kan je opnieuw beginnen met ervaring opdoen, qua mengen, opaciteit, enz...

Je dient dus te investeren in goede verf maar daar staat tegenover dat je kan beginnen met een klein aantal kleuren. Je kan ze mengen op je palet, nat-in-nat op je doek, laag over laag schilderen, of je maakt je kleur door diverse kleurstippen naast elkaar te plaatsen op het doek zoals de 'neo-impressionisten' het deden, of in kleine kleurstreepjes zoals Segantini... Hier volgt een basispalet dat je bij veel schilders kan aantreffen:

  1. loodwit of titaniumwit
  2. chroomgeel of cadmiumgeel
  3. gele oker
  4. een oranje oker of een ander oranjebruin (gebrande sienna, Venetiaans rood, Pozzuoli-aarde)
  5. Engels rood
  6. fel cadmiumrood of een quinacidronerood
  7. gebrande omber
  8. ultramarijn
  9. zwart

Samen negen kleuren. Bij uitbreiding zou ik opteren voor echt ceruleumblauw, sienna natuur en omber natuur, als dertiende viridian of phtalo-groen.

Olieverf, een onoverkomelijk geurprobleem?

Misschien schilder je in de woonkamer of vind je terpentine en spirits onaangenaam. Dat hoeft je niet te beletten met olieverf te werken. Bij waterverf of digitaal schilderen heb je dit probleem niet, maar dit hoort niet de reden voor iemands keuze te zijn. Digitaal schilderen, olieverf, aquarel, pastel, etsen, drukken, ja zelfs wateroplosbare olieverf, zijn verschillende mediums en hebben eigen hoedanigheid. Je kiest voor de techniek omdat je door dat medium geboeid bent.

Een paar praktische tips voor olieverf zonder storende geuren: gebruik de verf liever puur, leng eventueel aan met lijnolie, gebruik niet teveel en denk aan het principe van meer olie bovenop minder olie. Gebruik diverse borstels, zodat je alles nadien kan uitspoelen. Na het schilderen poets je eerst met een doek. Daarna liefst met natuurlijke terpentijn, maar je doet het buiten. Borstels, vod en palet laat je tot 's anderendaags buiten de woonruimte.

Het is ook mogelijk te poetsen zonder terpentijn of spirits, met een grote fles olie uit de drogisterij, saffloer, lijnolie of notenolie. Veel olie gebruiken tot alle kleur weg is, daarna de borstels met zeep en water uitspoelen. Wateroplosbare olieverf droogt op tot gewone olieverf en is niet minderwaardig, maar de verf is altijd iets meer transparant en 'dekkend' is minder dekkend, het is gewoon anders. Helaas is het aanbod van lichtechte en onvermengde kleuren doorgaans heel laag.

To hue or not to hue?

De namen die merken geven aan hun kleuren zijn willekeurig en vaak erg verwarrend, vandaar de absolute noodzaak van de officiële nummering. Authentiek napelsgeel bijvoorbeeld is een loodcarbonaat, werd vervolgens vervangen door chroom-titaniumgeel, daarna door rutiel-nikkel-tin-titaniumgeel en is tegenwoordig een petrochemisch mengsel, verschillend van merk tot merk. Alizarine Crimson was een rood & transparant plantenaftreksel met geringe lichtechtheid, nu vervangen door petrochemische kleuren, eveneens met geringe lichtechtheid. Wel heel lichtecht is quinacidronerood, vaak echtroze genaamd. De toon is echter niet identiek.

Authentieke kleuren worden vaak 'genuine' genoemd, hoewel hiervoor geen strikte garantie is. Vervangingen worden vaak 'hue' genoemd, maar lang niet altijd.

Loodhoudende kunstenaarsverf werd in Europa volledig vervangen door andere, loodwit door titaanwit en zinkwit, napelsgeel en chroomgeel door cadmiumgeel (dat nu ook weer vervangen wordt). Vervangingen bestaan echter niet. Loodwit is en blijft een onvervangbare kleur in de kunstenaarsverf, en voor veel schilders was de 'vervanging' dan ook een grote ontgoocheling. Loodwit of napelsgeel waren bij de oude verven zeker niet de meest giftige, maar er dient mee opgepast te worden. Inname mag niet, je kan beter niet schilderen en snoepen tegelijk. Ben je zeer voorzichtig, dan raak je ze niet met de huid aan. Je wast je handen op tijd. En wie verzekert ons dat alle petrochemische pigmenten niet-toxisch zijn? In elk geval is loodwit milieuvriendelijk. Napelsgeel was oorspronkelijk een gedolven mineraal. Titaanwit, zinkwit en petrochemische kleuren zijn echter vervuilend en bedreigen het oceaanleven. Je kan er best zuinig mee omspringen. Ook de kleureigenschappen zijn totaal anders. Titaanwit is zeer dekkend en sterk. Met sterkte bedoelen we de hoeveelheid die je nodig hebt in een mengsel. Loodwit is iets minder fel wit, en de dekkende is minder dekkend, wat het een totaal andere verf maakt. Kleurmengen met loodwit gaat veel beter. Loodwit is nog steeds aan te kopen bij Rublev in Californië. Zij hebben dekkende, halfdekkend en transparante varianten. Loodsulfaat was ooit een hype onder de naam 'non-toxisch wit'. Wereldwijd is overeen gekomen dat lood nog mag in kunstenaarsverf, aan verhoogde prijs. Een tube Vlaams wit is enkel bij Rublev te krijgen en kost nu 18,50AD voor een tube van 50 ml. Ofschoon de dollar veel lager staat dan de euro kost het in België 29,43EU. Het mag er niet in winkels worden verkocht, maar indien dat wel kon, ware de prijs nog ietwat hoger.

Lichtechtheid is niet het enige item dat duurzaamheid bepaalt. Zinkwit heeft een catastrofe veroorzaakt in de moderne schilderkunst. Het schilderij 'De God-mens' van Jean Delville is al zoveel maal herschilderd dat het geen molecule van de schilder meer bevat. Zinkwit verglaast en springt in scherven uiteen, een fenomeen dat al kan beginnen drie jaar na het schilderen. Bovendien dringt het zeer fijne pigment door alle andere verf heen, veroorzaakt witzweem of doet figuren wegkwijnen.

Titaanwit is vergeleken met loodwit zeker niet het meest duurzame pigment, maar toch een hele verbetering vergeleken met zinkwit. Titaanwit kan echter op veel manieren gemaakt worden. De enige goede manier is met het rutielprocedee, hetgeen expliciet op de kleurenkaart hoort te worden vermeld. Bij de andere goedkopere procedees treedt fotolumuniscentie op, uv dringt door de verf heen en tast al het omliggende aan.

Helaas geldt de verglazing van zinkwit ook bij mengsels, zelfs diegene waarbij de hoeveelheid zinkoxide klein is. Veel titaanwit bij kunstenaarsverf is reeds vermengd met het noodlottige zinkwit (wat de produktieprijs drastisch doet dalen.)

Een andere voorwaarde voor duurzaamheid in olieverf is het fat-over-lean-principe, de lagen dienen meer olie te bevatten naar boven toe. (Dit geldt uiteraard niet voor acryl of waterverf.) Bovendien werk je logischerwijze eerst dekkend, de transparanten aan de oppervlakte. Dat gaat goed samen, want transparante kleuren hebben doorgaans de meeste olie. Pas op hoeveel olie je toevoegt aan de basis- of middenlagen, een paar druppels verlengt drastisch de droogtijd. Als olievervanging wordt ook gebruikt gemaakt van geurloze mediums, met mate te gebruiken. Williamsburg gebruikt wax hiervoor, Rublev oleogel plus Velasquez-medium. Mussini voegt ook hars toe aan zijn verven, wat voor- en nadelen heeft. De verf blijft een hogere veerkracht behouden, maar dat impliceert dat het schilderij onderhavig blijft aan luchtvervuiling. Petrochemische kleurstoffen zijn steeds transparant en sterk. Door hun dominantie is mengen moeilijk, vooral in nat-in-nattechniek. Vooral als glacis te gebruiken. Bij de talrijke mengsels in tubes die worden verkocht dient men nauwgezet de lijst van de kleurstofnummers na te gaan. De rage van de 'hue's' alsook de productieprijs verleidt vaak tot minder lichtechte kleurenkeuze. Als voorbeeld een tabel met enige gele en rode petrochemische kleuren, hun nummer en hun ASTM-categorie lichtechtheid.

NR = not rated bij ASTM, wc = watercolours, o = oil, a = acrylic, py = pigment yellow

Hansa yellow G (arylide y)

py1

II o&a, V-III wc

Benzimidazolone yellow

py154

I

Diarylide yellow FGL

py97

II

Disazo y GR

py95

II

Irgazin y

py129

I

Monoazo -arylamide

py3

II

Benzimidazolone yellow (disazo)

py155

NR

Disazo condensation scarlet

pr242

NR

Diketo-Pyrrolo-Pyrrol scarlet

pr255

I, NR in oil

Naphtol red AS (alizarine)

pr170

II

Quinacidrone

pr206

I

Quinacidronered

pr209

I, II in wc

Synthetic alizarin lake

pr83:1

III

Perylene maroon

pr179

I

Pyrrole red rubine

pr264

NR - II

Een greep uit de bibliografie

  • Sarah Sands, Just paint - Zink oxide, warnings, cautions and best practices. Williamburgoils
  • Golden artist' colors, Solving the solvents, Williamburgoils
  • Sarah Sands, Using oil with acrylics, Williamburgoils
  • George O'Hanlon, Artists Materials - Zinc white, Problems in oil paint, Naturalpigments
  • George O'Hanlon, Artists Materials - Painting for Posterity with Modern Oil Paints, Naturalpigments
  • Professor Frank N. Jones, Just paint - Aspects of longevity of oil and acrylic artist paints, Justpaints
  • Francesca Caterina Izzo, Klaas Jan van den Berg, Henk van Keulen, Barbara Ferriani and Elisabetta Zendr, Modern Oil Paints – Formulations, Organic additives and degradation: Some case studies, Researchgate
  • Laura Fuster-López, Francesca Caterina Izzo, Marco Piovesan, Dolores J. Yusá-Marco, Laura Sperni, Elisabetta Zendri, Study of the chemical composition and the mechanical behaviour of 20th century commercial artists' oil paints containing manganese-based pigments, Researchgate
  • The might of white: Formulations of titanium-dioxide based oil paints as evidenced in archives of two artists' colourmen mid-twentieth century, Researchgate
  • Microchemical Journal, A quick assessment of the photocatalytic activity of TiO2 pigments — From lab to conservation studio! ScienceDirect
  • B. A. van Driel, K. J. van den Berg, J. Gerretzen and J. Dik, The white of the 20th century: an explorative survey into Dutch modern art collections, Heritage Science

Johan Framhout, 5 mei 2019

 

Nieuwe video, Gerda Abts speelt Partita IV van Filippo Sauli op barokmandoline (link)

barokmandoline, bouwer Alfred Woll

 

Concerten

zaterdag 11 mei 2019 om 20.30 u Station Balder, Berlaar

&

zaterdag 22 juni 2019 om 20 u CC 't Gasthuis, Wijnegem

Toccanti

Gerda Abts, Marte De Leeuw, Elina & Maria Markatatou, Saar Wijns, mandolines & mandola
Sam Vertommen, gitaar

zie concertkalender op gevoeligesnaar.be

 

Op deze site

- Geschiedenis van de moderne schilderkunst, 'Over-stromingen', met meer dan duizend illustraties. Aanvullend is er vier maal per maand een 'Schilderij van de week'.

- Virtueel Museum, meer dan honderd pagina's met hedendaagse schilderijen, zeer mooi en vrij van geweld.

- Schilderijen van Johan Framhout, zowel abstract als figuratief

- Spellen: het klassieke schaakspel en diverse varianten op het schaakspel, origineel

- Fotografie, foto's van Jens Van Den Bergh, Gerda Abts en Johan Framhout. Onderaan is er ook België, bloemen in close-up en fotografie van 'Kunst in België' (meestal sculpturen). Tenslotte oude foto's van België uit 1920 uit eigen verzameling.

- Muziek toont een paar gezamelijke projecten van Gerda Abts en Johan Framhout. Daarnaast verwijzen we door naar de site van Gerda Abts en de mandoline, 'Gevoelige Snaar'.

- Op de pagina blog staan chronologisch de nieuwe toevoegingen van Jens Van Den Bergh, Gerda Abts en Johan Framhout

- CV Johan Framhout

DEEL DEZE PAGINA MET ANDEREN
link to twitter link to facebook link to msn link to google plus link to stumble upon link to pinterest link to tumblr

 

Op deze site:

Literatuur

De pagina romans toont de twee romans geschreven door Johan Framhout en gepubliceerd bij Yanga. Te verkrijgen in paperback. Van de eerste roman is de volledige e-pub-versie gratis te downloaden vanaf deze pagina romans. Lees er de korte inhoud.

cover novel 1 cover novel 2

Nieuw: de beste varianten
voor gewoon schaakspel

Zie pagina Schaken4

Toegepaste kunst: illustraties in de site
"Spiegelingen, zoektocht in jezelf", een psychologische site, die onderdeel is van deze site en te bereiken via de toegepaste kunst of via deze link.

 

Verf in de renaissance: van vermalen edelstenen en rode luizen tot schijtgeel

Als je voor Van Eyck's meesterwerk 'Het lam Gods' staat ben je verblufd dat dit werk nog steeds schitterende kleuren toont. Dat komt door de stijl, de techniek en de kleurstoffen. Toch was het aanbod van zeer duurzame kleurstoffen toen lang niet zo groot als tegenwoordig. We overlopen kort enige pigmenten die de beste kunstschilders in de renaissance gebruikten.

  • De duurste kleurstof was het lazuriet, vermalen Afghaanse lapis-lazuli. Als een opdrachtgever deze kleur in het werk wou, werd op voorhand in het contract de meerprijs bepaald. Tegenwoordig wordt ultramarijn synthetisch gemaakt, het heeft dezelfde bestanddelen. Toch schittert de natuurlijke nog méér door zijn kristalstructuur. De bekomen kleuren hadden een bereik van turqoise tot violet. Het synthetische ultramarijn is een ietwat tot purper neigend blauw

  • Een betaalbaarder en meer gebruikt blauw was het azurietblauw, een gedolven kopercarbonaat, reeds gebruikt door de Egyptenaren. Dit blauw werd in de renaissance in meerdere dunne lagen op elkaar aangebracht. Een prachtig blauw werd bekomen door meerdere lagen azurietblauw en bovenop één laag lazuriet. In de 17de eeuw werd ook het vermalen blauwe kobaltglas (Eng. smalt) populair. Eerder gebruikte Dirk Bouts dit reeds.

  • Een basisregel voor overleven is 'wat leeft, sterft'. Daarom zijn de minerale verven het duurzaamst. Toch zijn er nu nog schilderijen met stralend gebleven organische tinten uit de renaissance, zoals het karmijnrood of cochenillerood, gehaald uit het bloed en de eieren van de vrouwelijke schildluis, levend op schijfcactussen in Mexico. (Het wordt nog steeds gekweekt en geproduceerd in Mexico en India.)

  • Als rood pigment werden ook meekrapwortelextract (alizarine crimson - madder lake), kermes en cochinille als opperlaag aangebracht bovenop het beter te verkrijgen vermiljoenrood. Vermiljoen, een delfstof, en meekrap (rubia tinctorum) werden door de kruisvaarders meegebracht uit het Oosten in de 12de eeuw. Kermes is van een ander schildinsect, de Kermes vermilio. Het naar oranje neigende vermiljoenrood was gedolven kwiksulfiet, voornamelijk uit Spaanse mijnen (een giftig rood, nu vervangen door cadmiumrood). Onderlagen van vermiljoen verhinderen tevens het verdonkeren van een bovenlaag met chochinille, meekrap of kermes, samen vormen zij een briljant rood.

  • Groene aarde was een veel gebruikt groen, gedolven in mijnen van de streek rond Verona. Reeds in de middeleeuwen was het erg in trek, bijvoorbeeld als onderlaagschilderen van gezichten (het bovenste rose is tegenwoordig grotendeels verdwenen en de personages slaan bijgevolg nogal groen uit...). Het is een grijzige kleurstof, met variatie al naargelang de vindplaats, van blauwig tot olijfgroen. Vermeer mengde groene aarde vaak met loodwit of kwik-loodgeel.

  • Door koperzouten op te lossen uit Venetiaanse terpentijn werd koperhars gewonnen, voor een jade-achtig glazuur. Een mooi olijfgroen werd bijvoorbeeld bekomen door een grondlaag (imprimatura) van loodwit, daarop een mengsel van loodwit, lood-tingeel en verdigris, tenslotte een deklaag van dit koperhars.

  • In de 15de en 16de eeuw werd malachiet populair, ofschoon al gebruikt in Oudegyptische graftombes, een meer blauwig groen. Nog meer blauwig was het verdigris, koperazijnzuur, een giftige kleurstof. Vaak gebruikt in een mengsel met loodwit, of als glazuur bovenop loodwit, lood-tingeel en koperhars. Veridian (transparante chroomoxyde) werd pas uitgevonden in 1859 en was niet giftig. Smaragdgroen, wel giftig, was beschikbaar vanaf 1814 en was zelfs populair als kleur van behangpapier, met soms dodelijke gevolgen.

  • Okergeel, een gedolven mineraal, werd gebruikt voor vleestoon in vermenging met meekrap (Eng. madder) of vermiljoen, vaak gemengd met loodwit. Een zacht en puur geel was het giftige lood-tingeel, als deklaag bovenop oker bijvoorbeeld, gebruikt van de 13de tot de 18de eeuw, oa door Rembrandt. Napelsgeel is loodantimonaat, een intens en dekkend geel. Het werd reeds gebruikt in glazuur in Babylon, Assyrië en Egypte en was reeds bekend in Thebe in de zestiende eeuw vC, oorspronkelijk een gedolven mineraal, bindheimite, later synthetisch. Het heeft een zeer hoge lichtechtheid en werd later vervangen door chroomgeel, minder lichtecht. Nog later vervangen door cadmiumgeel, heel lichtecht maar minder lichtecht is in heel wat mengsels. Donker Napelsgeel is een ietwat rodig, dekkend okergeel. De Napelsgele hue's van tegenwoordig zijn mengsels, licht zowel als donker zijn evenwel okertinten.

    Indisch geel is dun opgelegd een zeer intens transparant geel, in dikkere laag een oranjegeel. Naar diverse bronnen werd het gewonnen uit de pis van Indische koeien die mangobladeren aten. Toch vermelden andere bronnen dat dit niet bewezen is en een dekmantel kon zijn voor een plantenextract uit Indië, geheim gehouden. Gebruikt in de Europese schilderkunst van de 15de tot de 19de eeuw.

    Een merkwaardig geel dat Vermeer bijvoorbeeld gebruikte in de 17de eeuw was het organische schijtgeel, een mengsel van gedroogde planten, bessen en houtsoorten, verschillend van ingrediënten naargelang de producent.

  • Maya-blauw is een indigo, geschilderd in de zesde eeuw vC is het nu nog steeds onveranderd. Toch heeft indigo (Indiagofera tinctoria), een plantenextract, niet de hoogste lichtechtheid, het is onderhevig aan zonlicht. De lichtechtheid van Maya-blauw is te danken aan de vermenging met paleorskyte-klei.

Het is lang een raadsel geweest hoe de Maya's zelfs waterverf konden maken voor hun fresco's, van deze reeds enige tijd herontdekte olieverf, een schokkend verhaal. In tijden van droogte werden mensenoffers gebracht, naargelang de tijd van droogte kon dit aantal behoorlijk oplopen. Daartoe werden de mensen eerst levend gevild en ingesmeerd met de verf op oliebasis; Tijdens de ceremonie werd dan het hart levend uit het slachtoffer gesneden, en de lijken werden gedumpt in een enorme waterput. De Maya-blauwe waterverf werd gehaald uit het bezinksel van deze put.

  • Het Egyptisch blauw was een koper-calciumsilicaat, de allereerste synthetisch gefabriceerde kleur, na drieduizend jaar nog even stralend, ook onder zonlicht.

bronnen: webexhibits.org/pigments/intro/renaissance
essentialvermeer.com/palette/rare
naturalpigments.com
www.artiscreation.com
webexhibits.org/pigments
webminerals.com
www.jcsparks.com/painted/pigment-chem.html
en andere...

Digitaal schilderen of niet, louter een materiaalkeuze

Je kan kiezen voor schilderen met olieverf, aquarel, pastel, acrylverf, borstels, paletmes, elektrisch pistool... of de tekenstift op elektronische plaat. Er blijft een onbegrijpelijke kloof tussen kunstenaars die deze laatste techniek toepassen en zij die de andere prefereren. Bij tentoonstellingen weert de ene groep de andere. Dat onbegrip is gestoeld op vooroordelen.

Je kan vast in je buurt een snelcursus volgen: hoe de foto van je favoriet landschapje overschilderen. Dat kan een begin zijn, maar dat is niet de kunst van digitaal schilderen. Digitale kunstenaars noemen het werken met verf dan weer traditioneel, een eufemisme voor ouderwets. Ook dat is onzin, traditioneel wil zeggen dat je in een oude stijl werkt. Je kan ook traditioneel zijn in verftechniek en tegelijk heel origineel in je eigen stijl. Schilderen met olieverf is nog steeds heel populair bij kunstenaars, onafhankelijk van hun uiteenlopende stijlen.

Digitaal schilderen gebeurt met een elektronische stift op een drukgevoelig tablet, je ziet het resulaat simultaan op je computerscherm. Denk niet dat het gemakkelijker is dan met verf, iets moois maken in met alle mediums een blijvende uitdaging. De kunst van mooi digitaal schilderen is meer te gommen dan te schilderen, telkens opnieuw. Basis zijn de zogenaamde 'borstels', totaal verschillend van de materiële borstels. Zij hebben bijvoorbeeld de moeilijke eigenschap dat een en dezelfde borstel helemaal verschillend is als je die in een andere grootte gebruikt. Ook je transparantie dien je telkens aan te passen als je een andere kleurtoon kiest. Er zijn honderden van die borstels en je kan er zelf bijmaken. Elke borstel kan dan nog op talrijke manieren veranderd worden.

Er zijn ook programma's die het gewone schilderen nabootsen, zoals diverse diktes 'impasto' of zelfs je borstel een aantal keren in virtueel water doppen voor je 'aquarel'. Dat lijkt me volkomen zinloos. Digitaal schilderen is een volwaardig medium met eigen technieken, eigen virtuositeit en professionaliteit, wat we niet moeten verlagen tot nabootsingen.

Digitaal schilderen heeft nog andere mogelijkheden buiten met de vrije hand op de Wacom. Je kan 3D construeren, of vertrekken van vormen, vervormen, allerlei filters gebruiken, fractalkunst maken... De term digitaal schilderen wordt doorgaans gebruikt voor het werken met de vrije hand. Vaak vertrekken de kunstenaars louter van hun schets als onderlaag, of een eigen 3d-constructie of eigen foto. Snippers van foto's kunnen ondersteunend worden gebruikt (met de kloonborstel), zijn achteraf niet meer herkenbaar (matte-painting). Overigens gebruikten kunstschilders foto's als hulp sinds het prille begin van de fotografie! Portretschilderen bijvoorbeeld is veel minder tijdrovend voor het model, als de schilder ook foto's neemt. Maar enkel met de foto's kan je niet hetzelfde reslutaat bekomen. Maak je geen illusies, ook als je een goed 3D-kunstenaar wil zijn, dien je eerst te kunnen tekenen en schilderen.

Er zijn grote voordelen aan digitaal schilderen. Je stapelt geen voorraad onverkochte of onafgewerkte werken op. In vergelijking met tastbare verven spaar je de tijd uit van klaarzetten en opkuis. Dat voordeel wordt echter overgecompenseerd door de tijd die je spendeert in computerkennis en programma's. Denk ook niet dat het goedkoper is, digitaal schilderen is de allerduurste verf: je computer, aandrijfprogramma's, grafische programma's, updates... een neverending story. Je voorkomt een grote stock door digitaal opslaan, maar als je iets aan je muren wilt, zal je duurzaam moeten printen! Je hebt ook niet het plezier in materie te roeren en het effect is niet hetzelfde. Op je computerscherm is geen reliëf, geen glans, geen iriserend effect. Je computerscherm tovert oneindig veel kleuren, en is sterk in clair-obscur. Maar de intensiteit van bepaalde kleuren bij hoge-kwaliteit-verfstoffen is niet op een scherm mogelijk, zelfs niet te printen achteraf.

Tenslotte nog iets over mengen. Bij digitaal schilderen en enigszins ook bij aquarel is kleurmengen logisch, zuiver geel over zuiver blauw geeft groen, bij kleurstoffen hangt het resultaat af welk pigment je gebruikt. Als je in olieverf blauw en rood mengt, bekom je een vaal violet. Daarom is het belangrijk ook een tube mooi violet te hebben, maar soms komt een vaal violet beter uit op je schilderij! Maar er worden ook tubes verkocht met verf die je zelf kan mengen. Cadmiumgroen is cadmiumgeel met kobaltblauw, koningsblauw is ultramarijn met titaanwit. Je kan met olieverf, acrylverf, pastel en digitaal schilderen ook in kleurlagen werken, die door transparantie zich vermengen tot een kleur die je niet kan verkrijgen door mengen. Bij aquarel kan je met behulp van lagen ook dekkend schilderen. De traditionele of academische aquareltechniek met lucide toetsen is lang niet de enige techniek!

Johan Framhout, 21 november 2017