K

logo art7D

naar de startpagina van art7d.be
naar de homepagina van geschiedenis van de moderne schilderkunst
naar de startpagina van virtueel museum
naar de kunst van J.F.
naar de pagina spellen
naar de startpagina van fotografie
naar de startpagina muziek
naar de startpagina muziek van J.F.
naar de startpagina blog
naar de pagina met de CV en de passe-partout van J.F.

Kunst van het schaakspel & varianten

 

20-schaken

 

Hier presenteren we een schaakspel dat we zelf hebben bedacht en uitgetest, waarbij de toestand voortdurend wisselt. Een 20-zijdige dobbelsteen verandert telkens net iets de regels. Waar het klassieke schaakspel een saai eindspel kan hebben, is dit hier niet het geval. Toch blijft het spel vrij dicht bij het klassieke, en dien je intens te denken. Het toeval speelt hier een veel minder grote rol als in gewoon dobbelschaken (zoals op p 4)

Nodig: klassiek schaakbord, klassieke stukken, een wit en een zwart extra stuk (bv een pion uit een ander spel), een 20-zijdige dobbelsteen (isocaëder), het blad met de 20 variaties (dat je hieronder kan downloaden)

Waar het overgrote deel van fantasieschaakspelen (bv bij 'zillions of games') moeilijk zijn doordat stukken dubbele functies hebben, blijven de regels hier veel eenvoudiger. Dit spel is getest en enige keren aangepast en blijkt heel boeiend. De extra capaciteiten zijn gebaseerd op shogun, Oud-Indisch of op oude fantasieschaakpuzzels.

 

 

Regels

Je speelt met een klassiek schaakspel op een klassiek bord. De regels van klasssiek schaken worden gevolgd, tenzij anders vermeld op het opdrachtenblad. Voor wit een zet doet, gooit hij de dobbelsteen, die aangeeft welk van de 20 opdrachten gevolgd zullen worden, voor wit en vervolgens zwart.

Doel blijft de koning mat zetten. Het is aan te raden dat beide spelers telkens hun zet noteren.

Beginopstelling kan klassiek, maar het is boeiend om van een tabijas te vertrekken, een situatie uit een van de vele openingen (waarbij wit terug aan de zet is.) Die vind je in boeken over openingen of op internet.

Wit begint dus altijd na de worp en is hiermee ietwat bevoordeligd, daarom worden minstens twee partijen gespeeld.

Elke zet is overeenkomstig de regels van het gewone schaken, mits wat er op de lijst staat vermeld bij de specifieke worp:

1-gewone schaakregels
2-beurt bestaat uit 2 zetten, met 2 verschillende stukken (vb K+p) in 1 beurt
3-elke speler verwisselt 2 eigen stukken van plaats, daarna doet elke speler een zet met een ander van zijn stukken

 

4-indien er bij beide partijen geslagen stukken zijn (zoniet een zet gewoon schaken), kiest elke speler een van zijn geslagen stukken en dropt ze op een leeg veld naar keuze (niet tegelijk schaakzetten, pion niet op laatste rij), daarna elk een zet met een ander stuk
5-als 4, maar tegenspeler kiest je stuk
6-indien er bij beide partijen geslagen stukken zijn (zoniet een zet gewoon schaken), blijft elke speler om beurt een van zijn geslagen stukken op een leeg veld droppen naar keuze (niet tegelijk schaakzetten, pion niet op laatste rij), tot een van beide partijen geen geslagen stuk meer heeft, daarna elk een zet met een ander stuk
7-je mag en moet enkel met een pion of koning zetten
8-je mag en moet enkel met een paard of koning zetten
9-je mag en moet enkel met een loper of koning zetten
10-je mag en moet enkel met een toren of koning zetten
11-loper of toren hebben in deze beurt een bijkomende zetkracht van 1 vak in de andere richting (als gepromoveerde loper en toren in shogun)
12-elk dropt het extra stuk op een leeg veld naar keuze (zoals in shogun), die is joker (heeft de capaciteit van het stuk dat het laatst bewoog) - daarna een zet met een ander stuk naar keuze.*
13-elk dropt een extra stuk op een leeg veld naar keuze, die is olifant (een of twee vakken diagonaal, ook springen) - daarna een zet met een ander stuk naar keuze *
14-elk dropt een extra stuk op een leeg veld naar keuze, die is berg (kan niet bewegen, noch geslagen worden, enkel een paard kan er voorbij) - daarna een zet met een ander stuk naar keuze *

 


15. de koning heeft één beurt de capaciteit van een paard, (je kan ook kiezen met een ander stuk zetten), rokeren kan hier even niet
16-voor enkel deze beurt geldt cilindrisch schaken, rechter- en linkerkant lopen in elkaar over (alsof het schaakbord een cilinder was)
17-je kan enkel zetten (of slaan) als vervolgens een ander stuk van je (naar keus) identiek hetzelfde doet (ongeacht diens capaciteit) en zodoende op een leeg veld belandt
18-je mag en moet in deze beurt enkel achteruit bewegen (als dat tot de capaciteit behoort)
19- elke speler dient één van zijn stukken te kiezen om als geslagene aan de tegenspeler te geven, daarna ieder nog gewone zet
20-indien wordt gekozen met toren, loper of paard te zetten of te slaan, dienen beide stukken met dezelfde capacteit (indien nog op het bord), te zetten (of schaakzetten of slaan)

(*) Indien het extra stuk reeds op het bord staat, verandert het van capaciteit en kan het elders worden gezet. Indien het stuk bij de geslagenen staat, wordt het opnieuw ingezet. Indien wit zijn extra stuk heeft gebruikt, kan ook zwart ervoor kiezen zijn extra stuk te gebruiken. Bij 4, 5 en 6 (shogun-capactiteiten) worden ze niet als geslagen stuk ingezet. Hun capaciteit blijft behouden tot een gooi dat verandert of tot zij geslagen worden. Ook bij het gooien van 1 blijven zij behouden.

Download de pdf

© Johan Framhout maart 2021


 
 

 

Voorbeeld van situatie tijdens een spel

Het extra stuk stond reeds op het bord als olifant. Door het gooien van 12 werd het extra stuk een joker en werd opnieuw geplaatst. Gezien de laatste zet van zwart met een pion was, heeft de joker hier de capaciteit van pion en dus wordt de koningen niet schaakgezet (wat niet mag bij droppen). Gevolgd door een tweede zet, waarbij zwart zijn loper gebruikte. Zo ontstond de situatie hiernaast, wit is aan de zet maar nu staat de witte koning wel schaak.

(1) Gooi 19... (Offer elk een van je stukken + dan elk een zet) Wit geeft pion a2, zwart antwoordt met a7 te geven. Dit is geen beweging dus de joker blijft de capaciteit van loper behouden. Indien wit K g2, antwoordt zwart met paard, waardoor zijn joker de koning opnieuw schaakzet, als de gooi het toelaat (maar daar is veel kans toe).

In plaats daarvan zet (1) wit T a1-b1, zwart staat nu schaak. Zwart antwoord: L x J g5. Theoretisch staat de witte koning hierbij schaak. Maar dat hangt af van het stuk dat wit nu speelt. Indien wit zijn dame gebruikt, pleegt hij zelfmoord en dat mag een koning niet in schaken, dus blijven zwarte dame en paard buiten schot.

(2) Gooi 17... Zwarte dame en paard blijven buiten bereik, want wit wilt als tweede deel van zijn zet zijn koning uit de vuurlinie halen en g4 noch e3 zijn lege velden. p h2-h4 is geen optie, de witte K op g3 is al te gemakkelijk schaak te zetten.

(2) ...wit D b5 + K e1 (identieke zet), zwart (J heeft capaciteit van K) p h7-h5 + D d6, J heeft capaciteit van D, de witte K is dus opnieuw bedreigd

(3) Gooi 11... (loper en toren kunnen ook nog één stap in de andere richting) wit T d1-e2, zwart J e3-d2 (zoals een T die ook één stap diagonaal mag)

(4) Gooi 1... (gewone zet) T x J d2 en de dreiging is weg

© Johan Framhout maart 2021

Wat is er nieuw in art7D.be? Volg de blog!